Architecten en Personalia


- Pierre Bortier
- Pedro Ollevier
- Jules Thiriar
- Albert Dumont
- Alexis Dumont
- Jules Lagae

- Georges Hobé
- Jos Viérin
- Louis Legein
- Oscar Vermeesch
- Jules Decoussemaeker

Pierre-Louis-Antoine Bortier
werd geboren in 1805 in Diksmuide als zoon van koopman en groot grondbezitter Pierre-Antoine Bortier (1765-1843). Na de humaniora te hebben gelopen in Brugge, trok hij naar Parijs waar hij studeerde aan het Institut de Commerce. Hij kreeg er een voorliefde voor het vak économie politique en zou er de basis leggen voor zijn opvatting dat landbouw de belangrijkste bron van welvaart vormt. Nauwelijks 25 jaar oud erfde Pierre Bortier Jr. van zijn oom aanzienlijke eigendommen in Gistel en De Panne. Dit patrimonium werd in 1843 nog ferm uitgebreid met de erfenissen van zijn vader (o.a. ruime tuin in Diksmuide).
Pierre Bortier maakte vele reizen naar Frankrijk, Engeland en Italië. Tussenin kwam hij naar De Panne. In 1842 liet hij zijn paviljoen, met erachter een vijver (de "wol" genoemd) bouwen in neoclassicistische stijl met veel Italiaanse elementen. (architecten: Hector Horeau en Donny). In de zijgevels zijn beneden nissen aangebracht met levensgrote beelden. Op het dak balustrades met grote vazen. In 1867 wordt de villa uitgebreid. (architect: Auguste Schoy). Het wordt nog een tweede keer herbouwd vlak voor de eerste wereldoorlog, Dan heeft het al zijn charme verloren en na de tweede wereldoorlog bleef er slechts een ruïne over.
Pas na zijn overlijden in 1879 werd begonnen aan de verkaveling van zijn uitgestrekt duinengebied. Het is mogelijk dat Pieter Bortier geen rechtstreekse erfgenamen had, want via zijn zuster Emilie die met Jozef Calmeyn trouwt, komt de familie Calmeyn in het bezit van het paviljoen en al de duinen. Ze hebben 5 kinderen. Hun dochter Pauline Calmeyn trouwt met Jean-Baptiste Sanchez de Aguilar. De kleindochter Alice zal trouwen met Ernest d'Arripe die in 1911 de eerste burgemeester van een zelfstandig De Panne wordt. Hun zoon Louis trouwt met Flore Rey. De kleindochter Louise trouwt met Adiel Mulle de Terschueren. Hun zoon Pierre en dochter Leonie touwen met een Orban. Hun dochter Elisa trouwt met Charles Maskens. Vandaar dat een reeks villa's gebouwd worden die links en rechts van de huidige Esplanade stonden. De huizen Bortier, de Terscheuren en Maskens (ten westen van Esplanade) worden in de eerste wereldoorlog bezet door de Koninklijke famile.
TERUG>>>

Pedro Ollevier
was directeur van de Nationale Bank in Veurne en woonde in het "Kasteel" in de Veurnestraat. Hij had 2 erfgenamen nl Julia Ollevier, vroeger altijd "Juffrouw Ollevier" genoemd, en Adrienne Ollevier. Zijn zoon is op 20 jarige leeftijd gestorven. Adriana is gehuwd met Louis Houtsaeger en dit huwelijk had 2 kinderen: Joris -Georges genoemd-  en Willem -Willy genoemd. Georges was gehuwd met Zoë Ghysbrecht en had 3 kinderen: Alain, Luc en Carol Houtsaeger.  Willy is gestorven in 1971 en had 2 kinderen Daniel en Freddy. Bij het overlijden van "Juffrouw" Julia Ollevier in 1987 zijn haar eigendommen overgegaan aan Georges. Op het moment van de aankoop van 79 ha  door de Vlaamse Gemeenschap op 6 mei 1988 voor 99 MF waren 9/12 in eigendom van Georges Houtsaeger, 2/12 van Daniel en 1/12 van Freddy. Georges en zijn echtgenote Zoë zijn nu gestorven maar leefden lang op het kasteel. De naam van de Houtsaegerduinen was dus beter "Ollevierduinen" geweest daar de overgang naar de Houtsaegers te wijten is aan aangetrouwde familie. De klassering van die duinen als waardevol landschap van 97 ha dateert van 1981. In 1986 was sprake van de aanleg van een golfterrein, waarbij de aanvraag tot declassering werd gedaan. Gelukkig hebben enkele personen van de "ecologische raad" van De Panne en natuurverenigingen protest aangetekend tegen deze aanvraag. Dank zij dit protest of de Houtsaegerduinen waren momenteel onherroepelijk gemobiliseerd tot golfterrein.  De bescherming als natuurreservaat dateert  van 1989. De vernieuwde afsluiting van de huidige 79 ha 48 a 74 ca is gebeurd in 1995. Sindsdien is de begrazing gestart met 6 wilde ezels. In de lente 2004 telt men een dertigtal ezels. Deze bevolking is evenwel nog steeds onvoldoende om de verdere verstruweling af te remmen.
TERUG>>> <

Professor Jules Thiriar is geboren in Saint-Vaast (bij La Louvière) in 1846 in een gezin afkomstig van Luikse boeren maar met kleine aannemersactiviteiten voor de koolmijnen van de Borinage. Hij studeert geneeskunde en chirurgie aan de ULB te Brussel.
In plaats van gemakkelijkshalve een dokterspraktijk op te bouwen te La Louvière vestigt hij zich in 1871 (25j) in één van de arme wijken van Ixelles waar hij werkt in opdracht van het “bureau de Bienfaisance” van deze gemeente. Zijn bedoeling is vanaf de beginne, zich bekwamen in de chirurgie. Daar doet hij zijn eerste thuisoperaties in de achterbuurten (wegnemen van de eierstokken). Hij ziet er veel armoede en ellende. In die tijd is er reeds kennis om de wonden goed te desinfecteren (antiseptische technieken) maar men heeft weinig aandacht voor de voor het aseptisch maken van de werkomgeving en van de instrumenten. Hij gaat in opleiding te Wenen waar hij door deel te nemen aan operaties de nieuwe antiseptische technieken van Lister leert. Hij gebuikt die ook voor zijn thuisoperaties maar aangevuld met grote ontsmettingsvoorbereiding van de omgeving om besmetting te voorkomen. Hij geraakt bekend door het grote slaagpercentage van zijn operaties voor het wegnemen van de eierstokken en de behandeling van buikvliesontstekingen.
Intussen wordt hij afdelingschef van de lijkschouwingen van de hospitalen van Brussel. Dissectie en pathologische anatomie zijn ideaal om hem te vervolmaken voor zijn verdere chirurgische carrière. Iedereen staat versteld van zijn snelle en precieze operatietechnieken. Aan dit manueel talent, moet toegevoegd worden, de constante zorg voor de toepassing van de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en de nieuwe theorieën. (Louis Pasteur heeft de “microben” pas ontdekt in 1865)
Vanaf 1882 zien we hem ook aan de VUB. Hij wordt er in 1897 hoogleraar (56j) en in 1905 hoofd van de Faculteit Geneeskunde (59j). Maar tezelfdertijd opereert hij in de Brusselse ziekenhuizen: eerst in Saint-Jean en later Saint-Pierre. Onder zijn beste leerlingen bevindt zich dokter Antoine Depage, 16 jaar jonger, die later de opvolger wordt van zijn leerstoel. Het is deze dokter Depage die zich zeer verdienstelijk gemaakt heeft gedurende de eerste wereldoorlog door de oprichting en uitbating van het wereldberoep RODE KRUIS hospitaal “l’Océan” te De Panne. Professor Thiriar heeft ook aan de basis gestaan voor de oprichting van een operatiezaal in het hospitaal van zijn geboortestreek: La Louvière. Hij voert er als eerste de operaties uit samen met zijn collega de dokter Depage.
Mooie anekdote: in het begin van zijn loopbaan in de armenwijken van Ixelles heeft de Parijse beeldhouwer Rodin zich een tijdje in Brussel gevestigd. Hij woonde op 2 stappen van Thiriar. Toen de kunstenaar zich een breuk geheven had heeft Thiriar hem onmiddellijk gratis geopereerd. Als dankbaarheid heeft de kunstenaar een beeld van hem gemaakt in gebakken klei. Het is een geslaagd kunstwerk waarvan er nu meerdere bronzen afgietsels geëxposeerd worden o.a. in de ULB en vele ziekenhuizen in Wallonië.
Thiriar wordt ook de lijfarts van koning Leopold II. Men vermeldt zelfs een diepe vriendschap tussen beide mannen. Wij zien hem bijvoorbeeld op de koninklijke tribune, net achter de Koning, ter gelegenheid van de plechtigheden van de 75ste verjaardag van België in 1905, zowel in Brussel als in Oostende, De koning is op rijpere leeftijd nog verliefd geraakt op een 17 jarig meisje: Blanche Delacroix. Toen zij in 1905 zou bevallen in Villefranche-sur-Mer (bij Nice) heeft de koning zijn lijfarts Thiriar gevraagd om naar daar te trekken voor de bevalling. De professor, trok zich uit deze delicate situatie, door zijn neef, dokter Lucien Thiriar naar Nice te sturen. Lucien wordt aldus peter van Lucien Delacroix, eerste zoon van Leopold II met Blanche, die men toen reeds de barones Vaughan noemde.
Toen de koning plots ziek wordt in 1909 roept men Jules Thiriar naar het “Paviljoen van de Palmen” in Laken. Hij diagnosticeerde een obstructie van de grote darm en besluit zeer snel tot een chirurgische ingreep. De Koning wil liever wachten op de stemming door de senaat van de “wet op de verplichte legerdienst”. (14 december 1909). Maar men wacht niet en Leopold II wordt nog dezelfde dag ter plaatse geopereerd. Dokter Antoine Depage voerde de operatie uit voor occlusion op néoplasme van de sigmoïde. De koning komt nog maar juist uit verdoving toen het wetgevende document hem voorgelegd wordt. Zoals gewoonlijk leent de koning de vulpen van professor Thiriar om de laatste officiële handtekenig van zijn leven te zetten. Op 17 december s’ochtends, de verjaardag van zijn kroning, overlijdt Leopold II aan een embolie, in aanwezigheid van zijn trouwe arts evenals van Professor Antoine Depage.
Naast zo’n druk leven vervult de rasechte liberaal Thiriar gedurende 18 jaar ook belangrijke politieke functies uit. Eerst verkozen als Provinciaal gedeputeerde in provincie Brabant, later als volksvertegenwoordiger van 1886 tot 1894 en senator van 1894 aan 1900. Hij was ook lid van de Vrijmetselarij.
Dit vele werk was geen beletsel voor zijn zieken en zijn onderwijs te verzorgen. Zijn toespraken getuigen steeds het respect van de mens, de bescherming van de armen en de verdediging van de wetenschap. Hij is tegen overvloedig huiswerk bij de kinderen vooral in arme gezinnen. Hij ijvert ook om een permanente en efficiënte hulpdienst voor de slachtoffers van de spoorwegongevallen te organiseren.
Hij was niet onbemiddeld. Zo had hij als buitenverblijven: een grote villa te midden van een park van meer dan 5 hectaren "Spiroux" te Ukkel, de villa "Star" in De Panne, een villa op de dijk aan Nieuwpoort-bad, de boerderij van zijn vader en de boerderij “du Coq” in Salint-Vaast. Hij heeft zeer vroeg zijn twee eerste kinderen quasi tezelfdertijd verloren t.g.v. typhoïde koorts. Zijn twee volgende kinderen één jaar en twee jaar later studeerden geen geneeskunde. De jongste Mauritius is op 20 jaar aan het IJzerfront gesneuveld. Hij bezocht de Belgische kust, waar de manier van zeebaden, door Koning Leopold II gelanceerd, veel élite aantrok. Het kwam eerst naar de villa "Star" in De Panne die door zijn zuster werd gebouwd en welke hij geërfd heeft. Later ging hij meer naar een villa op de dijk van Nieuwpoort-bad. Hij liep graag rond op de dijk, getooid met een pet van zeeman; hij fotografeerde veel zijn familie, zijn huis en vissersboten.
Op 29 juni 1913 is hij gestorven door een hartaandoening terwijl hij zijn vriend onderzocht.
Dertien maanden later, barstte de oorlog uit en kende aan Antoine Depage, zijn beroemdste leerling,het pijnlijk voorrecht om voor de eerste keer op een slagveld de chirurgie uit te oefenen die door zijn meester werd onderwezen.

Professor Senator Thiriar wordt algemeen aanzien als de eerste grote chirurg in de wereld die met groot succes inwendige operaties toepaste. Verder was hij zowel bevriend met de armsten als de hoogst geplaatsten van de maatschappij.
Hij verdient zeker een standbeeld of te minste een gedenkplaat in De Panne!
TERUG>>>

Albert Louis Constant Dumont is geboren te Neufchâteau op 5 juni 1853. Hij behoorde tot een welgestelde familie van Franse oorsprong die zich onder het Keizerrijk in Gent was komen vestigen. Hij volgde rechten aan de Universiteit te Gent (1871-1872) en aan de Ecole des Arts et Manufactures (1873) en 2 jaar stage bij een ondernemer. Hij was dus grotendeels autodidact die aanvankelijk als aannemer optrad voor de gebouwen die hij zelf tekende. Hij verwierf aldus alle knepen van het vak.
Op 23-jarige leeftijd vestigt hij zich als architect in Brussel, waar hij samenwerkt met August Hebbelynck, wiens zus Maria-Celestine-Camille (1849-1920) hij huwt te Anderlecht op 17 april 1876. Ze hadden 11 zonen en 2 dochters waarvan de oudste zoon Alexis de meeste gebouwen getekend heeft.
Uit de beginjaren (1877) dateren 4 huizen in de Capouilletstraat in Sint-Gillis waarvan één zijn domicilie wordt. Volgen verschillende gebouwen in Franse of Vlaamse Renaissancestijl in Brussel.
Zijn woning in de Schotlandstraat nr 17 te St-Gillis bouwt hij zelf in 1896. Dit wordt het culturele huis van de familie Dumont.
Het gemeentehuis van Sint-Gillis is zijn meest paleisachtig werk geweest. (Franse renaissance).
Hij werd een merkwaardige figuur in de architectenwereld. Duidelijk beïnvloed door verschillende stijlen, kon zijn oeuvre echter nooit met één bepaalde bouwmeester worden vergeleken. De gids van Albert Dumont was om de voorgestelde programma's van zijn opdrachtgevers zo strikt mogelijk uit te voeren.
Omstreeks 1880 verzeilde hij voor het eerst in De Panne. Aangetrokken en geïnspireerd door de kust, de duinen, het licht en de zee tekende hij voor de grootgrondbezitter Calmeyn een plan uit voor de exploitatie van het duingebied. Wegens geldgebrek werden deze plannen nooit uitgevoerd. Verbitterd en ontgoocheld trok hij naar Middelkerke alwaar hij in minder dan 15 jaar een 200-tal villa's realiseerde. Rond 1895 trok hij terug naar De Panne waar andere landeigenaars zoals de families Ollevier en Bonzel hem belasten met de aanleg en de uitbouw van de huidige Dumontwijk. Hierbij werd hij vanaf 1902 bijgestaan door zijn oudste zoon Alexis.
Sinds 1903 bezat hij een tweede verblijf in De Panne.
Albert was actief in de Koninklijke Commissie voor Monumenten die onder zijn invloed in 1912 uitgebreid werd met de afdeling Landschappen .
Op 26 oktober 1920 overleed hij te Sint Gillis.
Vandaag herinnert een sierlijke zitbank, naar ontwerp van zijn zoon Alexis uit 1926, met een medaillon beeltenis van Albert (dr De Rudder) aan de stichter van de badplaats.

"A lui l'honneur d'avoir sauvé La Panne de la banalité, d'avoir su s'opposer à la rapacité des propriétaires en leur faisant refuser le droit de s'emparer de tout terrain disponible, en les obligeant à laisser autour des châlets de gracieux jardinets » zo schreef men in de « Guide illustré de la Panne »

Albert Dumont mag dus eerder de titel van stichter van De Panne dragen dan Ollevier .

Albert Dumont had een kozijn in Versailles waar zijn grootvader woonde: nl Léon Ottenheim, bekend amateur fotograaf. Deze heeft een villa gekocht "Ker Jeannic" in het stukje Visserslaan tussen de Duinkerkelaan en de Zeedijk. Derhalve zijn er vele mooie foto's over de Dumontwijk verschenen in het boek "Lumiéres de verre" van Martine Lani-Bayle kleindochter (2007)
In dit boek (bib De Panne) zijn 2 mooie tekstfragmenten:
- Villa gedurende de oorlogsjaren LEES1>>>
- Artikel over Albert Dumont (kozijn van Léon Ottenheim) en de zeilwagens van Benjamin Dumont. LEES2>>>

TERUG>>>


Alexis Dumont
is geboren te sint Jans Molenbeek op 28 januari 1877. In 1901 behaalde hij het diploma van architect aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel. Na een korte stage bij de Londense architect Pridmoire trad Alexis toe tot het atelier van zijn vader te Brussel. Vele van projecten van dan af waren het product van beiden, waarbij de persoonlijkheid van de zoon jaar na jaar manifester werd. Na de Eerste Wereldoorlog werden de individuele opdrachten steeds talrijker. Voorbeeld de plannen voor de Citoêngarage (1933) te Brussel onder supervisie van Maurice Ravazé. Het is nog altijd een modern gebouw in ijzer en glas. Ook Alexis was bijzonder geïnteresseerd in stedenbouw. Hij was ook lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen . Op 12 januari 1962 overleed hij te Elsene.
TERUG>>>

Jules Lagae
Deze realistische beeldhouwer en medailleur werd op 15 maart 1862 in Roeselare geboren als derde zoon van Raymond, een ongeletterde fourage-koopman, en Pelagie Vandendorpe, een naaister. Als 14-jarige knaap kwam hij op het kerkmeubelatelier van Clemens Carbon terecht, waar ook de beeldhouwers Pieter Boncquet en Karel en Josué Dupon hun eerste vakkundigheid verwierven. Met zijn oudere werkmakker Karel Dupon trok Jules Lagae 's avonds naar de Stedelijke Academie, waar hij in 1881 laureaat in de boetseerklas werd.
In hetzelfde jaar werd hij leerling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel.
In 1887 liet hij te De Panne de cottage in vissersstijl de "Kinkankhoorn" bouwen in de Visserslaan (Waar nu Robert Demuysere en zijn vrouw wonen).
In 1888 behaalde Jules Lagae de Prijs van Rome. Deze bezorgde hem een triomfantelijk onthaal in Roeselare en - belangrijker - een verblijf van vier jaar in Italië. Voor zijn vertrek huwde hij met Léonie Noulet. In Italiê maakte Jules Lagae onder meer twee werken die onmiddellijk de essentiële kwaliteiten van de kunstenaar tot uiting brachten: beheerste romantiek in de "Boetelingen" en respectueus realisme in "Moeder en Kind".
In 1892 in België teruggekeerd, vertoefde Jules Lagae een tijdje in Zaventem, alvorens zich vanaf 1894 definitief in de Michel Angelolaan te Etterbeek te vestigen. Op het salon van Gent ontving hij de eerste van zijn talrijke gouden medailles.
Naast zijn beroemde borst en standbeelden (Albrecht Rodenbach, Karel Ledeganck, Guido Gezelle) zette Jules Lagae zijn naam ook op enkele monumenten. De meest gekende waren de acht allegorische figuren voor het postgebouw van Oostende uit 1904-1905, de vierspan op de triomfboog van het Jubelpark te Brussel uit 1905 samen met Thomas Vinçotte, de vier leeuwen voor de Oostendse zeehaven aan de Graaf de Smet de Naeyerlaan uit 1906 en het Monument der Twee Congressen te Buenos Aires uit 1906-1910 samen met Eugène Dhuicque. Zwaar getroffen door het overlijden van zijn oudste zoon Raymond in 1918, op het slagveld gevallen, realiseerde de kunstenaar na de Eerste Wereldoorlog verschillende oorlogsmonumenten, onder meer te Charleroi, Brussel en Le Havre (Frankrijk).
Jules Lagae ontplooide een zeer intense activiteit, antwoordde op talrijke bestellingen, stelde geregeld tentoon en kreeg heel wat onderscheidingen. De waarde van Jules Lagae lag niet in zijn scheppend vermogen, maar in zijn bekwaamheid om levensecht en respectueus de menselijke gestalte te kunnen boetseren. Zijn werken waren te zien op alle grote kunsttentoonstellingen in binnen- en buitenland en zij werden opgenomen in de verzamelingen van de musea van Brussel, Gent, Parijs, Berlijn, Wenen, Barcelona.
Jules Lagae stierf te Brugge op 2 juni 1931.
TERUG>>>

Georges Hobé (1854- 1936) is een Brusselse architect die voor zich en zijn familie een mooie cottage gebouwd heeft boven op de Kykhill. Hij was oorspronkelijk schrijnwerker zoals vader. Samen met Henry Van de Velde heeft hij de Kongo tentoonstelling in Tervuren in 1897 ingericht. Veel villa's van hem vinden we in Brussel en Spa.

Die aandacht voor de inrichting vindt men in zeer mooie villa's waarvan hij architect was (een 5 tal in de Dumontwijk). Ter gelegenheid van monumentendag in 2005 is er een luxeboek verschenen over het thema 'HOUT". (hiernaast openklikken). Daar is een volledig hoofstuk geweid aan de binneninrichting van de villa Kykhill. Georges Hobé werd in bij Koninklijk Besluit van 24 juni 1901 aangeduid als concessionaris voor  de aanleg, het onderhoud en de uitbating, voor een periode van 50 jaar, van de paardentramlijn tussen het station van Adinkerke en de zee.

Hij was de beheerder van de "Société anonyme du Tramway de La Panne". (dus reeds sprake van De Panne 10 jaar voor zijn onafhankelijkheid). De paarden werden pas tijdens de oorlog 1914-1918 vervangen door tractoren met benzinemotoren door generaal baron Empain. Dit bleef tot 1920 toen 2 stoomlocomotiefjes aangekocht werden.
In 1918 wordt hij gemeente architect. Zo heeft de gemeente eindelijk ook iets te zeggen gekregen in die autonome pivéverkaveling.
Bij de bouw van "l'Océan" werd Dokter Antoine Depage geholpen door architect Hobé die hem na de oorlog ook hielp (samen met het Rode Kruis) om een groot universitair hospitaal te ontwerpen in Woluwe. Het ganse plateau "Vogelzang" boven het Parc van Woluwe kocht Depage en ontwierp een modelziekenhuis met 600 bedden en alle moderne hulpdiensten. . Diezelfde Hobé ontwierp in Veurne de wijk Nieuwstad, vandaar dat er een "Hobélaan" in Veurne is.
TERUG>>>

Jos Vierin
In tegenstelling tot Albert Dumont heeft Jos Vièrin zijn villa's in opkomende Dumontwijk gerealiseerd in het begin van zijn loopbaan. Hij is uitgegroeid tot wellicht de architect van Vlaanderen met de meeste realisaties. Niet te geloven dat dit allemaal uit één enkel architectenbureau kwam met een 10-tal medewerkers. .
Geboren te Kortrijk op 10 mei 1872 heeft hij aldaar zijn architectenloopbaan begonnen. Zijn eerste bouwwerken, rond de eeuwisseling, waren "cottages" vnl aan de kust (De Panne, Duinbergen en Westende).
Jammer genoeg zijn veel van zijn eerste villa’s en cottages intussen afgebroken of vernietigd.
Gelukkig hebben we in De Panne er nog 7:
1. Chalet du Chien Vert:op het Albertpleintje: in feite een driewoonst gebouwd voor 3 zusters (de oorspronkelijke naam van één van de zussen "Martha" staat nog steeds in reliëf op de voorgevel maar is wit overschilderd).. Achteraf "Chalet de la Bienvenu" :
2. Sint Vincent in de Visserslaan: (vroeger "La Pouponnière"). Hier heeft dokter (1933-36) Abel De Wulf als eigenaar gewoond. (tweede burgemeester van De Panne, gestorven in 1936). Voordien -na WO I- werd ze bewoond door de Portugese Zusters, die eerst in de villa "St-Joseph", van Baron Mulle de ter Schueren verbleven.
3. La Tourelle op de hoek Visserslaan, Bortierlaan: (oorspronkelijk "St. - Jean")
4. de koppelvilla "Clair" (oorspronkelijk "Betsy Cottage") en "Stormvogel" (oorspronkelijk "La Joyeuse") in de Visserslaan
5. "Kinkankhoorn".in de Visserslaan. De opdrachtgever in 1887 was de wereldberoemde beeldhouwer Jules Lagae (1862-1931). (zie een beeltenis in medaillon op het terras). Achter deze villa was in spiegelbeeld «Zeemarminne" (nu afgebroken voor uitbreiding Hotel Iris.  
6. 3 woonst cottage "Welkom & Zonnewens" op de. hoek Hoge Duinenlaan-Bortierlaan
7. villa "Marie" op de hoek Hoge Duinenlaan-Bortierlaan
Voor deze villa's inspireerde hij zich van de "Arts and Craftsbeweging" uit Engeland. Dank zij de publicaties in de toenmalige tijdschriften kende hij deze architecten en trachte hij de karakteristieken van de eigen volksarchitectuur hierop toe te passen aangepast aan de hedendaagse behoeften van het kusttoerisme. Daarbij werden streekeigen materialen (vb de gele Nieuwpoortse baksteen) en typerende details toegepast (vb in ramen en gevels). Mettertijd verplaatste hij zijn activiteit naar het Brugse (rond 1904). Hij vervulde daar de jiob van provinciaal architect tot 1911. Hij was ook actief in vele erfgoedcommisies o.a. Monumenten en Landschappen. Gedurende de Eerste wereldoorlog is hij met zijn gezin uitgeweken naar Engeland (Oxford). In 1917 kreeg hij van de Belgische regering in ballingschap in Saint Andresse de opdracht een studie te maken over de kenmerken van de landelijke woningen in de Vlaamse kuststreek, met het oog op de latere wederopbouw. Hiervoor is hij zelfs in 1918 een 3-tal maanden naar De Panne komen verblijven. Ook de gebouwen van de streek van Veurne en het Departement du Nord heeft hij geschetst en beschreven.. Vandaar dat hij na de oorlog ingeschakeld is in de wederopbouw van de frontstreek in Vlaanderen (Nieuwpoort, Diksmuide en Ieper). Vanaf 1920 heeft Jos Viérin een aanzienlijk aantal wederopbouwopdrachten uitgevoerd zodat zijn bureau een 10-tal medewerkers omvatte. Naast wederopbouw kreeg hij ook mooie opdrachten voor kerken, kloosters en openbare gebouwen waarvan vele in Knokke (daar bestaat een Viérinwandeling).Maar ook in De Panne heeft hij nog 2 prachtrealisaties uitgevoerd:
8. Station van Adinkerke (1913) door de gebroeders Follet uit De Panne
9. De "modern-romaanse" Onze-Lieve-Vrouwekerk.(1931-1932) (de mooiste en meest open van zijn 11 kerkgebouwen); Baksteenarchitectuur van zeer hoge kwaliteit door Pannese aannemer Georges Demolder.
Veel latere werken zijn in samenwerking met zijn zoon Luc gebeurd. (vanaf 1928)
Er weze ook vermeld dat naast die drukke architectuurbezigheid hij zich ook kon vrijmaken voor het ambt van schepen van Openbare Werken van de stad Brugge (van 1921 t/m 1938; dus 17 jaar zonder dat hij zwaar politiek geangageerd was). Zijn invloed op de ontwikkeling van het stadsbeeld van Brugge is enorm geweest. We mogen dan ook stellen dat de gaaf bewaarde "typisch Brugse" bouwstijl grotendeels aan hem te danken is. Ook zorgde hij voor ongeziene subsidies voor restauraties. . Nog voor zijn dood in 1949 kreeg hij de eretitel van "Stadsarchitect van de stad Brugge".

Lees ook artikel in "De Panne Leeft" pag 4-5 Lees>>>
TERUG>>>

- Ludovicus, Cornelius Legein is geboren in 1903 in Adinkerke. Zijn vader Cornelius Ludovicus Legein is afkomstig van een gekende vissersfamilie uit de streek. Hij was de jongste van 4 kinderen. . Hij is in 1935 gehuwd met Antonine Clerbout afkomstig van Parijs. Hiermee had hij 1 kind: Louis (1935) .
De architect heeft zeer mooie Art Deco villa's en woningen ontworpen vooral in De Panne en Sint Idesbald. Die stijl heeft men "pakketbotenarchitectuur" genoemd (ook "style bateaux" of "kustarchitectuur"). Geometrische platte daken, afgeronde hoeken, beton voor constructie en decoratieve elementen, oculi, grote roede verdelingen, buiselementen, enz... Vele dragen nog het naambordje van de architect. Deze in de Nieuwpoortlaan en de Houtsaegerwijk staan meestal vermeld op de "inventaris van het onroerend erfgoed" (september 2009) maar meerdere zullen wellicht moeten wijken voor de bouwwoede.van de appartementenvilla's. Na de tweede wereldoorlog heeft Louis Legein overgeschakeld naar een nieuwe eigen bouwstijl: bungalows of kleine villa's meestal met strodak, gele gevelstenen, bruinverniste ramen met loodglaswerk. Er zijn er zeer veel gebouwd en men kan ze zeer gemakkelijk onderscheiden van de andere architecten. Alleen architect Jules Decoussemaeker, die destijds leerjongen geweest is bij Louis Legein, heeft ook zo'n bouwstijl met gele gevelsteentjes. .Het architectenkantoor van Louis Legein was gevestigd op de Sloepenplaats naast hotel Artevelde waar de Ban Thai gevestigd was. Architect Louis Legein is gestorven op 68 jarige leeftijd na een druk en bewogen leven. (op 7 augustus 1971).
TERUG>>>

- Oscar Vermeesch
was afkomstig uit een landbouwersgezin met 8 kinderen van Wulveringhem, alwaar hij geboren werd op 28 october 1897. Hij is gestorven op 29 maart 1967, dus aan bijna 70 jaar. Hij huwde met Renée Masure afkomstig uit Roubaix (Frankrijk), dochter van een inspecteur van de Post. Hij liep school in België en in Frankrijk (Dunkerque). Hij begon zijn loopbaan als architect in dienst van architect Van Elslande te Veurne. Nadien zelfstandig kwam hij zich vestigen in De Panne, eerst op de Marktplaats (1ste verdieping van het eerste gebouw naast het hoekgebouw met de Kasteelstraat, dus alwaar nu café 't Zeiltje) , nadien in de Zeelaan (1ste verdieping van de "Droguerie Centrale" van Demeyere, alwaar nu winkel van Joseph Ollevier) en tenslotte in 1934 Nieuwpoortlaan/hoek Mijnstraat.
Zijn werkgebied was de kust, en de streek hier natuurlijk alsook het binnenland, alsmede in Bray-Dunes.
Hij gaf ook les in bouwkundig tekenen in De Panne (schrijnwerker Comein heeft hier nog de lessen gevolgd).
Juist voor de oorlog won hij samen met architect Jules Decoussemaeker de wedstrijd uitgeschreven door het gemeentebestuur voor het nieuw gemeentehuis van De Panne. Alles was gereed voor uitvoering (volledige plannen, enz.) maar dit project werd niet uitgevoerd wegens het uitbreken van de tweede wereldoorlog, en na de oorlog werd er een nieuwe wedstrijd uitgeschreven door het nieuwe gemeentebestuur ... maar waaraan beide architecten weigerden deel te nemen wegens het onverantwoord éénzijdig verbreken van het ondertekend mandaat door het gemeentebestuur en het weigeren het gedane werk te betalen.
TERUG>>>


-Jules Decoussemaeker werd geboren in De Panne op 27 april 1914. Als architect heeft hij veel zaken gerealiseerd: MELI (De Panne, Expo 58 en Bruparc), Santos Palace, de Ferme ect... en vooral de honderden villa's in vissersstijl voor aannemer De Man die nog altijd beeldbepalend zijn voor Baaltje en Koksijde.
Deze architect heeft vòòr zijn studies aan het Academie in Gent leerjongen geweest bij architect Louis Legein. Van het academie heeft hij veel artistieke onderscheidingen bewaard.
Jules is nog in leven en heeft 3 kinderen: José, Marc en Martine.
José gidst de wandeling "Architectuurbad in De Panne Bad".


31/5/08