Het Westhoekreservaat

De duinen van de Westhoek hebben een rijke en boeiende geschiedenis doorgemaakt. Uiteraard gaat de historiek veel verder terug dan 50 jaar. Hiervan getuigen onder meer de nederzettingsresten uit de IJzertijd en de Romeinse periode. Maar ook in een recenter verleden was er één en al bedrijvigheid in De Westhoek. Aan het begin van de 19de eeuw, na de Franse Revolutie, zagen voornamelijk vissers en landbouwers hun kans om er zich te vestigen. In sommige vochtige duinvalleien werden akkertjes aangelegd waarop men rogge en aardappelen teelde. Op de overige gronden werd het vee geweid. Struiken en bosjes werden gekapt ten behoeve van brandhout of rijshout. Ook de twee wereldoorlogen en het opkomende toerisme hebben hun stempel gedrukt op het landschap van de Westhoekduinen.

Maar ondanks de ingrijpende invloed van al deze menselijke activiteiten wist het gebied haar unieke landschappelijke waarde te behouden. De duinen tussen de Franse grens en De Panne werden in 1935 dan ook geklasseerd als landschap, vier jaar na het in voege treden van de 'Wet op bescherming van monumenten en landschappen'. Deze vroegtijdige bescherming kon echter niet beletten dat in de jaren 1970 een groot deel van de Westhoekduinen prijsgegeven werd aan één van Vlaanderens beruchtste vastgoedprojecten, de Westhoekverkaveling.

De Westhoekduinen hadden evenwel niet alleen een landschappelijke waarde, ook de natuurwaarde was niet gering. In het begin van de jaren vijftig vestigde de Koninklijke Maatschappij voor Natuur- en Stedenschoon de aandacht van de Belgische overheid op enkele waardevolle natuurgebieden in ons land, waaronder de duinen van de Westhoek. Dit bleef niet zonder gevolg. Zodra in 1957 de wetgeving over de staatsnatuurreservaten gestemd was, richtte de Belgische Staat de Westhoekduinen (samen met de Hoge Venen in Wallonië) bij uitvoeringsbesluit op als natuurreservaat.

Bij de oprichting was het Westhoekreservaat een heel ander soort reservaat dan degene die we vandaag kennen. Afschermen was hét credo van het natuurbeleid. In het reservaat werd elke vorm van menselijke invloed geweerd: het landbouwgebruik werd stopgezet, oorlogsrelicten werden verwijderd en rondom het reservaat werd een metershoge afsluiting opgetrokken. Achter dit hekwerk zou de natuur haar werk wel doen, zo redeneerde men. Men was er zich toen nog niet van bewust dat actieve ingrepen soms nodig zijn om ecosystemen beter te laten ontwikkelen en om kansen te benutten. Vanaf de jaren zeventig bedreigde nog meer onheil de ecosystemen in het Westhoekreservaat. Door een eenzijdige ruimtelijke ordening raakte het reservaat geïsoleerd. De ruimtelijke versnippering én de druk van toerisme en recreatie werden de grote vijanden van onze Vlaamse kustduinen en in heb bijzonder van het reservaat. Een andere boosdoener was de waterwinning in het gebied, die het grondwater uit het duinenmassief wegtrok en daardoor heel wat schade aanrichtte. Het weren van de agropastorale activiteit leidde tot een geleidelijke overwoekering van het duinlandschap door struikgewas. Tot de tweede helft van de jaren negentig bleef het beheer beperkt tot een kleinschalig rélictbeheer, bestaande uit het door maaien openhouden van enkele botanisch waardevol geachte plekjes.

In de loop van de jaren negentig keerde gelukkig het tij. Het actieve natuurbeheer deed zijn intrede. Ook voor het Westhoekreservaat besefte men dat het vijf voor twaalf was. De toenmalige afdeling Natuur van de Vlaamse overheid (nu Agentschap voor Natuur en Bos) liet een beheerplan opmaken door de Universiteit Gent en introduceerde vervolgens een grootschaliger beheer om de meest kwetsbare biotopen, zoals duingraslanden en mosduinen, te vrijwaren en leidde de recreatie in goede banen. Bij deze laatste wordt het principe van compartimentering toegepast: het reservaat is vrij toegankelijk voor wandelaars op de aangeduide paden, voor mountainbikers en ruiters zijn er aparte routes. De verschillende recreanten komen dus niet in elkanders vaarwater. Om weerwerk te geven aan de verdroging, werd de drinkwaterwinning stapsgewijs afgebouwd. Met de steun van het Europese Life natuur-project lCCl (wat staat voor 'lntegral Coastal Conservation lnitiative', 1997 - 2001) werden maatregelen genomen om de historische biodiversiteit te herstellen. Aanplantingen en struikgewas werden gekapt; poelen werden uitgegraven en hersteld. Het halfopen duinlandschap wordt sinds enkele jaren mee in stand gehouden door grazende Konikpaarden, Hooglandrunderen, Shetlandpony's en ezels. Van recentere datum zijn de twee slufters die aan de zeezijde werden aangelegd. Via deze gecontroleerde inbraakgeulen stroomt de zee bij springtij opnieuw de duinen in. Het ingekapselde reservaat krijgt op die manier een stuk van haar vroegere dynamiek terug.

Maar het natuurbeheer heeft niet voor alle problemen een pasklaar antwoord. Zo is er voor de vergroening van het centrale loopduin - niet zo lang geleden nog de parel aan de kroon van de Westhoek en in de volksmond 'Sahara' genoemd - nog geen duurzame oplossing. Het stuifduin werd in de loop van de jaren steeds groter, maar ook lager. Dicht bij het grondwater is helmgras beginnen groeien: dat remt de zandverstuiving af. Beschermd achter de begroeiing vormen zich duintjes waar nieuw helm opschiet. Het is een zichzelf versterkend proces, waar weinig tegen te beginnen is. Bijkomende factoren zijn de toenemende neerslag, een algemene sterfte onder de konijnen enkele jaren geleden en de neerslag van stikstof afkomstig van de luchtverontreiniging die het groen voedt.
Het verlies van deze waardevolle biotoop stelt het ANB voor een dilemma. Enerzijds experimenteren ze met mogelijke oplossingen. Op plaatsen waar het zand diep genoeg is kan het helpen om de begroeiing kunstmatig te verwijderen: een techniek die momenteel uitgeprobeerd wordt in de duinen in Oostduinkerke. Toch stellen ze zich de vraag of uitgerekend zij als natuurbeheerders tegen dit spontane proces moeten ingaan. Het helmgras uitrukken met graafmachines om het zand weer vrij spel te geven: is dit wenselijk, duurzaam en maatschappelijk aanvaardbaar? Deze en andere vragen zullen aan bod komen bij de actualisatie van het reeds 11 jaar oude beheerplan voor de Westhoek. Volgend jaar wordt gestart met die actualisatie.

Vandaag kunnen ze hoe dan ook met enige trots zeggen dat het Westhoekreservaat het gaafste en tegelijk het grootste aaneengesloten duingebied is van onze kust. Bijzonder aan het gebied is zijn omvang, 345 ha, en het feit dat het in zijn eentje nagenoeg alle karakteristieke duinvegetaties van onze kust herbergt: een variatie die zich weerspiegelt in een enorme soortenrijkdom. Zo huizen er in de Westhoek meer dan 500 verschillende soorten planten - dat is maar liefst één derde van de Vlaamse flora - waaronder echte rariteiten zoals Duingentiaan en Honingorchis. Nóg uniek aan de Westhoek is dat de dynamiek van duinvorming hier nog in al zijn stadia kan worden waargenomen. Zeereep-, loop- en paraboolduinen, duinpannen, grijze en blonde duinen, duingraslanden en kalkmoerassen getuigen er van een levend landschap. De natuurwaarden van het Westhoekreservaat hebben internationale allures: de unieke habitats genieten dan ook Europese bescherming. Bij ministerieel besluit van 24 mei 2004 werd 'De Westhoek' samengevoegd met de andere Vlaamse natuurreservaten die gelegen zijn op het grondgebied van De Panne tot het Vlaams natuurreservaat 'De Duinen en Bossen van De Panne' waarvan de oppervlakte inmiddels in totaal 539 hectare beslaat.

Tekst ingestuurd door Wouter Mortier ANB