Dokter Antoine Depage komt naar De Panne 
Op 30 oktober 1914 was er een ontmoeting tussen dokter Antoine Depage en koning Albert I in Veurne. Dokter Antoine Depage kreeg het aanbod om hoofd te worden van de "Gezondheidsdienst van het Leger" wat hij natuurlijk prompt weigerde. Hij wilde immers vooral chirurg blijven en liefst nog gespecialiseerde moeilijke heelkundige ingrepen uitvoeren. Aan het hoofd van de militaire bureaucratie was dit voor hem niet mogelijk. Steeds weer zal deze tweespalt, tussen de bureaucratie van de legergeneesheren en de op de praktijk en snelle hulpverlening ingestelde geest van dokter Antoine Depage, de kop opsteken. De taak van het Rode Kruis was het opstarten van hospitalen, het nodige personeel hiervoor te rekruteren en materiaal aan te schaffen om ze te laten functioneren. Ook moest er een inlichtingsdienst worden georganiseerd om gegevens over gesneuvelde of vermiste soldaten te verzamelen.
De gezondheidsdienst van het leger moest zich in principe alleen bezighouden met wat in de eenheden en op het slagveld gebeurde. Zijn hoofdtaak was het evacueren van de gewonden en dezen toe te vertrouwen aan het Rode Kruis. De gezondheidsdienst bracht de gewonden van het front naar het station van Veurne, van waaruit ze in erbarmelijke omstandigheden verder afgevoerd werden per trein naar Duinkerken, Calais of Engeland. In afwachting van het transport kregen ze bijna geen verzorging en het aantal gewonden groeide snel aan. Buiten een klein Engels ziekenhuis, het Belgian Field Hospital, en een noodhospitaal in het bejaardentehuis van Veurne was er geen enkele hospitaal formatie meer tot in Duinkerken. (ook het legerhospitaal van Cabour bestond nog niet; pas op 28 april 1915)
Tenslotte werd hij in november toch ingelijfd bij de gezondheidsdienst als luitenant-kolonel. Hij kreeg de opdracht een eerste Rode Kruis operatie-eenheid te openen te Calais, waar het aantal gewonden op schrikwekkende wijze steeg.
Het eerste probleem van het Rode Kruis comité was de nodige fondsen te verzamelen om aan de vooropgestelde taken te kunnen beantwoorden. In Londen werd eerst een Anglo-Belgisch comité gesticht om het Rode Kruis van België in Engeland officieel te vertegenwoordigen. Andere propagandacomités kwamen er in Nederland en in Buenos-Aires (Argentinië). Veel steun, zowel financieel als materieel kreeg men ook van het American Red Cross.
Tegen de wil van het leger kwam een Rode Kruis hospitaal in De Panne.
Koningin Elisabeth wenste een groot chirurgisch hospitaal in De Panne. De legerleiding was hiermee helemaal niet akkoord aangezien dat volgens hen veel te dicht bij de frontlijn lag. Maar doktor Antoine Depage was ook voorstander van een nabijgelegen hospitaal omdat de gewonde soldaten anders veel te laat verzorgd werden en dat het dodenaantal daardoor zou oplopen. (had dat zelf ondervonden in de Balkan). Vandaar dat eind 1914 het hospitaal "1'Océan" toch zijn deuren opende tegen de zin van de legerleiding. Maar ja het geld kwam van het Rode Kruis. Vandaar de steeds weerkerende conflictsituaties tussen dokter Antoine Depage en de gezondheidsdienst van het leger. Dokter Antoine Depage liet zich steeds leiden door het belang van de patiënt terwijl voor de Inspecteur-generaal van de Gezondheidsdienst ook militaire interessen en reglementen van belang waren. De "Patron", zoals hij in De Panne genoemd werd, was ook gekend voor zijn driftbuien. Voor zijn gewelddadige uitbarstingen en herhaalde "nom de bleu"-uitroepen rilde iedereen of sloeg op de vlucht. Tijdens een operatie kon hij een al te nieuwsgierige assistent, die hem het zicht belemmerde, met een fikse kopstoot op afstand houden. Wanneer men hem een verkeerd instrument aanreikte, gooide hij het zo maar op de grond. Iedereen haastte zich om een nieuwe uitspatting te voorkomen. Dokter Antoine Depage eiste zeer veel van zijn personeel. Dit alles echter was bedoeld om het hoogste doel in zijn leven te bewerkstelligen: de omstandigheden voor de gewonden te verbeteren en de overlevingskansen te vergroten door een nooit aflatende inzet en door wetenschappelijk onderzoek.
Eerst en vooral schaarde Dokter Antoine Depage rond zich een aantal bekwame medewerkers. De detailbeschrijving van die pioniers en hun karakters kunt u uitvoerig lezen in het boek “La vie d'Antoine Depage”(1956) geschreven door zijn jongste zoon Henri Depage die hier ook een tijd gewoond heeft. (dit is ook de hoofdbron voor deze teksten). Veelal komt dokter Auguste van Geertruyden opduiken. Hij was burgerlijk ingenieur vooraleer geneesheer te worden. Hij nam de bouw op zich en organiseerde de technische diensten. (immers het leger wilde geen ingenieur aanstellen). Bij de bouw van “l’Océan" werd Dokter Antoine Depage geholpen door architect Hobé die hem na de oorlog hielp een groot universitair hospitaal te ontwerpen voor Woluwe. Diezelfde Hobé ontwierp in Veurne de wijk Nieuwstad, vandaar dat er een "Hobélaan" in Veurne is. Hij heeft ook meerdere villa’s gebouwd in de Dumontwijk in De Panne (o.a. zijn eigen buitenverblijf “villa Kykhill”)
Aan de oostkant van De Panne bevond zich een hotel voor bejaarde vakantiegangers dat uitgaf op de zeedijk: het hotel " l'Océan". Vier verdiepingen hoog met grote ruimten maar zonder verwarming. Het hotel was immers uitsluitend open in de zomer. De firma “ Harrods” uit Londen had juist een verwarmingsinstallatie klaarstaan voor een kasteel in Schotland, Door de oorlogsomstandigheden ging de bestelling echter niet door. Al het materieel, dat klaarstond op wagons, werd naar De Panne overgebracht, alsook een autoclaaf voor sterilisatie, radiografiemateriaal, een paviljoen in golfplaten en een elektrogeengroep.
Op 11 december kwam alles aan in De Panne en reeds op 21 december 1914 kon het hospitaal zijn eerste gewonden ontvangen.
Rond het hotel was nog heel wat ruimte vrij. Alleen de duinen moesten afgevlakt worden. Het geheel van het terrein en de gebouwen had een oppervlakte van 4 hectaren. De villa's die zich op het terrein bevonden werden gebruikt door het personeel of voor bepaalde diensten. Overal werden paviljoenen samen getimmerd. Dokter Antoine Depage en zijn vrouw verbleven in de laatste villa richting Nieuwpoort, genaamd "Sans Souci" (nu …)
De capaciteit van het hospitaal werd aldus opgevoerd van 200 naar 1200 bedden en in noodgevallen tot 2000 bedden (ter vergelijking : de kliniek in Veurne bevat nu 210 bedden). Er waren 6 operatiezalen met elk 3 tafels, uitgezonderd de zaal voor oogoperaties. De professer kende zeer goede ex-studenten die aan het front dienden en het was derhalve geen probleem om de beste van die dokters aan te lokken. (daarvoor kreeg hij dan toch blijkbaar “carte blanche” van de legerleiding)
Voor Doktor Antoine Depage was het een grote overwinning toen het leger op 1 april 1915 besliste om een eigen zuiver legerhospitaal te bouwen in Cabour op even korte afstand van het front. Dit was duidelijk een bewijs dat ze hem gelijk gaven. Het legerhospitaal opende op 28 april 1915, maar was geen succes.
Volgende keer: hoe werkte het Rode Kruis Hospitaal in De Panne?
|